Teken

Weet u waar ik me zorgen over maak? Over het feit dat drie mannen in het diepste geheim broeden op de toekomst van ons land en dat wij niet het minste teken van leven krijgen. Tja, dezer dagen breng ik alles in verband met een kat die zich terug trekt om in afzondering te sterven.

Kijk, ik ben er voor dat mensen even de rust en de tijd nemen om zich te beraden. Zelfs als journalist zeg ik wel eens: jongens laat die club nou even nadenken. Wat verlang ik zelf niet terug naar de tijd dat we een dag konden uittrekken om een moeilijk rapport uit te pluizen.

Ik verlang zelfs terug naar de tijd dat we een half uur hadden om de samenvatting en conclusie te lezen. Een half uur, zegt u? Maar meneer, dan zijn u al honderd twitteraars voor gegaan. Dan voegt uw beschouwing niets meer toe. En zo is het.

Terug naar de essentie van dit stukje: de geheimzinnige onderhandelingen. Wat doen die mannen? Heel af en toe lees ik er iets over in de krant. De strekking van die stukjes is steeds hetzelfde: gaat de PVV gedogen of meeregeren?

Uit die voortdurende herhaling mag je concluderen dat de journalisten die dicht bij het vuur zitten, het ook niet weten. Maar ja, wij – de lezers – willen nu eenmaal informatieinformatie. En als je dat maar steeds op een andere manier in je krant schrijft lijkt het nieuw. Leer mij ze kennen, die journalisten.

Nee, ik vind het zorgelijk. Temeer omdat ik die drie mannen niet zo hoog heb zitten. Nou ja, Rutte vind ik wel sympathiek. Maar Verhagen en Wilders reken ik allebei op hun manier tot de gladjanussen. De mannen met een driedubbele agenda. En als dat dan ook allemaal ook nog in het geniep gebeurt, dan slaap ik heel onrustig.

Dus ja, wat ik eigenlijk zou willen vragen is: Heeren, geef ons een teken.

Precisie

(Door Ab Klaassens)


Soms lees of hoor ik dat de één of andere actie met ‘militaire precisie’ is voorbereid en uitgevoerd. Dat geeft mij dan veel genoegen, want vertrouwen in onze weermacht is noodzakelijk als we onze democratie willen verdedigen bij gevaren van buitenaf. In de veel besproken februarinacht van 1953, toen de zee Zeeland veroverde lag ik te slapen in het zolderkamertje boven mijn ouderlijk huis in Amsterdam.

Ik was drie weken soldaat van de Koninklijke Luchtmacht, na eerste oefening voor het eerst met verlof. Een buurvrouw had ’t op de radio gehoord: alle militairen terug naar de kazerne vanwege de nood in ondergelopen land. Terug in de Generaal Snijderskazerne in Nijmegen wachtten mij en de veertig andere soldaten op onze kazernekamer vele uren van nutteloosheid.

We moesten aantreden met alles wat we hadden, we moesten aantreden met alleen een kleine rugzak, een schepje en een veldfles, we moesten aantreden met alleen ons uniform aan. En uiteindelijk, meer dan 24 uur nadat in Zeeland de dijken waren bezweken, mochten we iets gaan doen.

We werden, zonder enige bepakking, met veertig man in een kleine vrachtwagen geladen en naar een zandafgraving in de buurt van Grave vervoerd. Daar moesten wij zandzakken vullen, wat we met veel ijver deden, want inmiddels waren de berichten over de ramp in Zuidwest Nederland tot ons doorgedrongen. In het duister, in regen, hagel en natte sneeuw vulden wij zandzakken tot een officier-ordonnans op een motorfiets verscheen die ons gebood de zakken leeg te gooien want er waren geen vrachtwagens beschikbaar voor het vervoer van gevulde zandzakken naar het getroffen gebied. Lege zakken, dat kon wel. Terwijl we, enigszins teleurgesteld de laatste zakken leeg maakten verbrak een andere officier op een motorfiets de duisternis met de vraag ´waar wij gvd mee bezig waren´. `Vullen die handel en als de sodemieter´!

Daar waren we mee bezig toen een andere groep soldaten ons kwam aflossen. Hebben ze zakken gevuld of leeggemaakt? Ik weet het niet. Wat ik wel weet dat ik bij lezing of horen van ‘met militaire precisie’ eventjes moet lachen.

Broer en het buurmeisje

Toen ik mijn vrouw hard mijn naam hoorde roepen en de buurvrouw en mijn buurmeisje hoorde, wist ik al dat er iets mis was.

Broer was gevonden. Hij is dood, zei mijn vrouw. Ze vroeg aan de buurvrouw hoe het met het buurmeisje was. Met die kleine ging het goed. De bange poes slaapt, zei het buurmeisje.

De kleine meid had Broer gevonden. Hij was op haar dakterras gaan liggen op een plek die met het blote oog niet was te zien. Het buurmeisje was daar blijkbaar aan het spelen gegaan en had toen de bange poes gevonden. Slapend. En dat willen we maar zo laten.

Ik ben minder nuchter dan ik dacht, want ik kon het niet opbrengen om Broer nog te zien. Mijn vrouw heeft hem naar de dierenarts gebracht. We hebben geen tuin om hem te begraven. Ik ben blij dat mijn vrouw kordater is dan ik. En ik ben blij dat Broer terecht is en wij ons niet meer hoeven afvragen waar hij is.

Het buurmeisje lijkt er niet van geschrokken. Ze kwam even later weer net als altijd om fruit vragen. En later hoorden we haar zoals gewoonlijk tegenstribbelen toen ze naar bed moest. Bussiness as usual.

Belazeren

Kijk, dat er mensen zijn die in hun levensbehoefte voorzien door anderen te belazeren, dat accepteer ik. Er zijn nu eenmaal goede en slechte mensen op deze wereld. Soms denk ik zelfs wel eens dat de goede mensen alleen maar opvallen bij de gratie van mensen die het slecht voor hebben met de wereld.

Waar ik me aan stoor is dat mensen denken dat ik zo dom ben dat ik me laat belazeren. Dat ze mij als een prooi zien.

De eerste keer dat ik tot dat inzicht kwam was het moment waarop een man, rijdend met zijn auto over het parkeerterrein van een supermarkt mij aan schoot. Hij gaf zich uit voor een vertegenwoordiger van pannensetten. Hij had nog één set op de achterbank liggen. Het was de laatste en hij wilde er van af. Ik kon ‘m voor een habbekrats over nemen.

Ik vind het ergerlijk dat zo’n man mij aanziet voor een sulletje dat dat verhaal gelooft. Zeg nou zelf: wat straal je dan uit? Je gaat bijna aan jezelf twijfelen.

Op dit moment krijg ik bijna dagelijks mail dat ik de veiligheid van mijn Rabobank-rekening moet verbeteren. Ok, dat gebeurt dan zonder aanzien des persoon, maar toch.

En het ergste is de inhoud van die mail:

Dit is een belangrijke veiligheidsupdate. Wij het veiligheidsteam van de Online drang van het.

Dit is een belangrijke veiligheidsupdate. Wij het veiligheidsteam van de Online drang van het Bankwezen RABO dat u uw rekening door een paar seconden te vergen om deze vorm in te vullen controle. Het moet uw rekening aan onze nieuwe server.

Tevreden bevorderen voldoet zodat kunnen wij fraude tegenhouden
.

Het ergste is dat er ergens ter wereld mensen zijn die denken dat er mensen zijn die hier wel in zullen trappen. Kijk, als je iemand wilt belazeren, doen het dan goed. Maak dan van het belazeren een kunst. Kun je dat niet, ga dan inbreken of zo.

Het allerergste is nog dat ik helemaal geen Rabobankrekening heb.

Eigenzinnig

Het lijkt er op dat er een eind is gekomen aan het illustere duo Poes&Broer. Broer was vorige week niet in zijn normale doen. Voordat we konden besluiten naar de dierenarts te gaan was hij verdwenen. Mijn vrouw, die veel meer ervaring heeft met katten dan ik, vertelde dat Broer zich waarschijnlijk ergens heeft teruggetrokken om te sterven.

Al dagen kijken we tegen beter weten in uit over de omliggende daken of hij toch niet vrolijk komt aangewandeld, zich niet bewust van de zorgen die wij hebben.

Poes is de laatste dagen aanhankelijker dan ooit. Het moet voor hem ook een hele klap zijn dat zijn broer en levensgezel er plotseling niet meer is.

We hebben nog wel gezocht, maar we hebben de hoop opgegeven dat we Broer ooit nog terug zien. Ik ben niet sentimenteel en al helemaal niet als het over dieren gaat. Toch heb ik even moeten slikken bij de gedachte dat die vrolijke, ondeugende Broer ergens ligt waar ik hem niet meer kan vinden.

Katten zouden eigenlijk gewoon thuis dood moeten gaan, zodat je een beetje fatsoenlijk afscheid kunt nemen en geen onzekerheid hebt over hun lot. Maar dat doen katten niet. Ze sterven zoals ze leven: eigenzinnig.

Vocalies (122)

(door Marlies)

Aflevering 56 van de podcasts houdt u tegoed... ik krijg 'm er niet op! Hulptroepen zijn onderweg. En mijn stukkie wordt deze week door omstandigheden niet op zaterdag erop gezet, maar op zondag.

Zaterdag 24 juli in 1921 werd Giuseppe di Stefano geboren, ‘Pippo’ of ‘Beppe’ voor intimi. Hij werd geboren op Sicilië en had een korte, maar wel bijzondere carrière. Hij was een van de weinigen namelijk die het naast Callas langer dan een dag volhield (hier zit een beetje sopranennijd bij hoor….). Sterker nog: hij was erbij toen Callas een come-back probeerde te maken in 1974 en hij stopte ongeveer rond dezelfde tijd als zij. Hij zou een korte romance met haar gehad hebben en hij heeft een heleboel prachtige plaatopnamen met haar gemaakt in de vijftiger jaren: Lucia di Lammermoor, I Puritani, Cavalleria Rusticana, Tosca, I Pagliacci, Rigoletto, Il Trovatore, La Bohème, Un Ballo in Maschera, Manon Lescaut… Jammer genoeg zijn de opnamen wat ouder en nog van vóór de cd’s; inmiddels kunnen we meer, maar zullen we het moeten doen met wat er is. Er is een aantal duetten met Callas van latere opname-datum, maar daar bestaan alleen illegale kopieën van; ideetje om die eens uit te geven?

Di Stefano had een speciaal soort stem: net effe dat trompetterige van Pavarotti, maar niet te veel, net effe dat emotionele van Carreras en doe er dan nog een beetje Bocelli en een beetje Villazon bij en je hebt Pippo di Stefano. Hij was geen celebrale zanger, meer een intuïtieve, bijgevolg zong hij de veristische opera’s makkelijker en doorleefder dan wanneer hij een koning moest verbeelden. Hij was een aardse man….

Zijn debuut beleefde hij in 1946 in Reggio Emilia als Des Grieux in Jules Massenet’s opera Manon. Met dezelfde rol maakte hij een jaar later zijn debuut aan het Teatro alla Scala van Milaan. In 1948 debuteerde hij aan The MET als de Hertog in Rigoletto van Giuseppe Verdi; hij werd een geregelde gast in New York.
In 1957 maakte hij Di Stefano zijn Engelse debuut op het Edinburgh Festival (Nemorino in L'Elisir d'amore). In 1961 aan het Royal Opera House als Cavaradossi in Puccini’s Tosca.

Hij werd gracieus oud en zong na het beëindigen van zijn officiële carrière voor de lol nog overal en nergens tot…. hij in 2004 zwaar, heel zwaar gewond raakte bij een overval bij zijn tweede huis in Kenia. Daar is-ie niet meer van hersteld en uiteindelijk stierf hij in Milaan op 3 maart 2008.

In het filmpje de beroemde ‘kouwe handjes-aria’ (de beginwoorden: 'che gelida manina betekenén in het Nederlands: 'welk een koude handjes...' ) uit La Boheme. Kijk vooral in het begin hoe mooi en makkelijk de tonen voorin geplaatst zijn. En die hoogte: hoe makkelijk! Het is geen groot acteur, maar zeker geen schmierder en hij voelt zich senang in eigen lijf. Ik mag dat wel….

Wielrennen

(Door Ab Klaassens)


Anders dan de beheerder van dit parkje op internet geniet ik van het wielrennen op TV, al is het maar om de taal van de commentatoren op de Vlaamse TV – de Nederlandse uitzendingen kunnen mij niet bekoren. Je hebt op de Vlaamse TV in de eerste weken als commentator de oud-onderwijzer Michiel Wuyts met als assistent de ietwat onderkoeld overkomende oud-wielrenner Tom Steels, in vergelijking met andere oud-coureurs een toppunt van wijsheid en relativering. In het vervolg krijg je te maken met het duo Renaat en José de Cauwer. Renaat is de wat spitsvondige intellectueel, José de Couwer de bonkige oud-wielrenner die de grapjes van zijn compaan niet altijd kan waarderen.

Michiel Wuyts vindt dat een door hem gewaardeerde renner die te lang in het peloton blijft hangen ‘maar eens uit zijn kot moet komen’. Hij – Wuyts – zegt dat ‘alles nog op één zakdoek past’ als de verschillen tussen de mannen die zwoegend een berg beklimmen nog klein zijn. Opvallend is zijn veelvuldig gebruik van het woord ‘evident’, want van een Vlaming zou je toch eerder het synoniem ‘klaarblijkelijk’of ‘vanzelfsprekend’ verwachten.

José de Cauwer noemt een tot mislukking gedoemde ontsnapping uit het peloton ‘een chasse de petat’; in zijn eigen vertaling een ‘aardappeljacht’. Commentator Renaat zegt bij een geslaagde vlucht van een renner in een blauw-wit-rode kampioenstrui ‘ dat de Fransen nu hun boontjes in de week leggen voor Veuclair’.

De beheerder van dit parkje op internet is bezeten van (PSV)voetbal. Een voetballer valt kermend neer als z’n haar in de war raakt. Een wielrenner vraagt z’n fiets terug als hij in een honderd meters diep ravijn is geduikeld. Ik geef de voorkeur aan wielrennens. Ze doen elkaar niks.

Griffel

(Door Ab Klaassens)


De Volkskrant van 21 juli citeerde een persbericht van de webwinkel Amazon: “Voor elke 100 hardcovers die we verkochten gingen er 143 e-books over de toonbank.”
Een hardcover is een boek van papier.
Een e-book is een boek dat je alleen kunt lezen met een e-reader.
Een e-reader is een doosje ter grootte van een dikke plak kaas waarin je 350 boeken kunt opslaan. Vervolgens kun je die boeken lezen in een lettergrootte naar keuze.
Handig als je met een vliegmasjien naar een ver eiland wilt om daar onder een palmboom je achterstand op leesgebied weg te werken.
Maar ik blijf even kauwen op die e-books ‘die over de toonbank gingen’.
Weet iemand nog wat een toonbank is?
Zijn er nog winkels met een toonbank?
Kunt u zich voorstellen dat er ‘een e-book over de toonbank gaat’?
In een doosje? Met een mooi papiertje erom?
In mijn supermarkt hoorde ik een jonge vrouw een caissière prijzen met de woorden: “Een tien met een griffel, een zoen van de juffrouw en een bank vooruit.”
De caissière vroeg: “Wat is een griffel.”
De jonge vrouw wist het niet.

Powered by Pivot - 1.40.5: 'Dreadwind' XML: RSS Feed XML: Atom Feed