Treinincident
U zult mij niet vaak horen klagen over de NS. Ik reis dagelijks buiten de spits met de trein en dat gaat meestal goed. Vertragingen (dat is het woord dat wij reizigers gebruiken, de NS heeft dat inmiddels uit het vocabulaire geschrapt) van vijf tot tien minuten komen redelijk vaak voor, maar dat is voor een doorgewinterde treinreiziger net zo vanzelfsprekend als de dagelijkse file voor een automobilist. Je houdt er rekening mee.
Het enige waar ik me wel eens aan stoor is dat – als je met de eerste trein vertrekt – de deuren pas op het allerlaatste moment open gaan. Dan sta je daar ’s morgens om zes uur te blauwbekken op een tochtig station. Te wachten tot de meester en zijn hulpje met de fluit de deuren ontsluiten.
Kan dat nou niet vijf minuten eerder, vragen wij wachtenden ons dan af. Nee, dat kan roostertechnisch niet. Service en informatie verschaffen als er iets mis is zijn met “vertragingen” uit de begrippenlijst van de treinvervoerder geschrapt.
Sinds afgelopen weekend ben ik gaan begrijpen waarom die trein tot het allerlaatste moment dicht moet. Zondagmorgen om half zes had een NS-medewerker op het station hier ter stede de trein eventjes onbeheerd gelaten. Misschien dacht hij een keer service te verlenen of misschien moest hij plassen. En u weet dat mag niet in een stilstaande trein.
Het gevolg was dat een verwarde man in de trein stapte, de cabine van de machinist opende, op een paar knoppen drukte en met de lege trein weg reed. Hij kwam niet heel ver, want NS’ers zagen wat er gebeurde en grepen in.
We hebben als journalisten vanmorgen geprobeerd een reactie van NS te krijgen. Dat was een vergeefse poging. De rijen waren gesloten en er werd geen commentaar gegeven. Waarschijnlijk was het trouwens de schuld van Prorail, die hebben die rails neergelegd waarover die man met die trein weg kon rijden.
Angsten
(gastcolumn door Ab Klaassen)
Je hebt van die angsten die alleen in je dromen voorkomen, maar soms fantaseer je akelige gebeurtenissen als je alleen maar voor je uit zit te suffen, wachtend op de bus of wachtend in je bed tot de slaap komt.
Ik kijk altijd met enige angst vooruit naar gemeentelijke recepties in Eindhoven. Als ik daar met een glas in de hand met iemand sta te keuvelen komt steevast een gemeenteambtenaar op mij af met wie ik, als journalist, jaren geleden een moeilijke nota heb besproken. “ En daar hebben we meneer Van Woensel” roep ik dan opgewekt. En elk jaar weer zegt de man: “Sorry, de naam is Peppelenbos.”
Dikwijls denk ik ook dat ik in een winkelstraat ben waar mijn echtgenote eindeloos in etalages blijft kijken waar kleren worden tentoongesteld die haar niet passen of waarvoor zij de prijs niet wil betalen. In mijn dagdromen trek ik haar met een ‘kom nou maar mee’aan de arm, terwijl dat de arm van een mij onbekende dame blijkt te zijn.
Soms zie ik mij in mijn dagdromen met ontbloot onderlichaam bij de kassa van de supermarkt staan, terwijl niemand daarvan opkijkt.
Sinds ik bretellen draag bekruipt mij de vrees dat ik, na haastig toiletbezoek, het kritisch gesnuif van de visite in verband moet brengen met het vermoeden dat ik mijn bretellen in de pot heb laten hangen.
Vocalies (99)
(Door Marlies)
Er is een nieuwe radiopodcast met klassieke muziek. Klik hier.
De Wereld Draait Door heeft het vaak over klassieke muziek en dat vind ik te waarderen. Wat ze aan popmuziek hebben (u weet wel die geweldige, in de vaart der volkeren opgestuwde groepjes die net (of net niet) uit de jeugdpuisten zijn en die nu een cd in de winkel hebben die u en ik vooral onmiddellijk moeten gaan kopen) daar word ik niet warm of koud van.
Soms herken ik de kwaliteit, al is het niet mijn genre, maar meestal kijken mijn echtgenoot en ik elkaar eens aan en halen er onze schouders over op. Zelfs wij worden oud….
Ik heb al eens geprobeerd mijn site aan Matthijs te slijten, maar mijn mail verdween in de enorme bak e-mail die DWDD dagelijks over zich uitgestort krijgt en daar heb ik begrip voor. Ik mag Matthijs wel: snelle interviewer met een tamelijk open mind, die iets kinderlijks (dat bedoel ik positief) en iets edels over zich heeft; iets wat je tegenwoordig in het Hilversumse zelden tegenkomt.
Afgelopen week zat Daan Smid er weer eens. Hij is er nogal eens als er iets over klassieke muziek in DWDD zit. Onze nationale knuffelbariton had iets nieuws bedacht, nou ja, nieuws, analoog aan de Brtise tv dan: ‘Popstar to operastar’. Dat programma schijnt daar als een dolle te scoren en dan moeten wij het ook, met onze Nederlandse popartiesten.
Daan en ik hebben iets gemeen, dat schreef ik al eens eerder: we vinden beiden dat (bijna) alle middelen geheiligd zijn om het doel te bereiken: meer ‘gewone’ mensen binnen hengelen in en voor de klassieke muziek. Dat zei Daan ook en ik veerde hoopvol op, om een paar minuten later knarsetandend weer terug te zakken op mijn chaise longue. Poes en Broer waren verschrikt weggestoven en kwamen weer proberen of ze zich dit keer voor langere tijd konden installeren. Het vrouwtje kan ook zo ongedurig zijn…
Daan had twee doorgewinterde pop-artiesten gevonden die bereid waren een ‘ochtendje’ met hem te zingen en vervolgens een (piepklein) stukje uit een aria met piano-begeleiding te zingen. Martin Buitenhuis (Van Dik Hout) en Sanne Hans (Miss Montreal) waren het slachtoffer. Mijn tenen krulden ervan. De dame (nou ja dame) is een fenomenale pop-zangeres, met een heel eigen geluid. Ik hoorde haar haar eigen repertoire zingen en dacht: ja meid, ik hou er niet van, maar het heeft iets.
Opera-zangeres word je niet zomaar: ik kan een beetje zingen en mocht er destijds nog 5 jaar over doen om het conservatorium te doorlopen; er werd toen al gemopperd dat dat te kort was en toen ik afstudeerde kon ik nog nauwelijks zingen: de jaren daarna deden de stem op zijn plaats zakken en rijpen.
Sanne was verre van nuchter en stelde zich nogal aan; ze bakte bijna niks van het deeltje uit ‘Le nozze di Figaro’, behalve de uitspraak, die was redelijk. Ernst heeft er blijkbaar erg aan getrokken, of ze heeft een flair voor Italiaans. Martin Buitenhuis moet nog minstens tot en met vandaag last hebben gehad van zijn stem, want de hoge noten klonken alsof ze zeer deden in zijn keel en hij keek ook zo…. Maar goed dat de warme bariton van Daan over het gekraak heenrolde anders had u ook last van uw oren gehad.
Wat de amusementswaarde moet worden voor dit programma (daar had Daan het over: amusementswaarde) is me niet helemaal duidelijk. Dat grote sterren als Rolando Villazon (voor wie ik een boon heb en houd) en Meatloaf (een dronken Narcist , die zonder drugs en erg veel aandacht voor zijn pijntjes zijn kunstje niet kan doen) hun naam eraan willen verbinden snap ik niet goed.
Goed opera zingen vereist talent, tijd, intellect, een warme invoelende persoonlijkheid, ijzeren zelfdiscipline, doorzettingsvermogen en noem zo nog maar wat eigenschappen op. Ik zeg niet dat popsterren die eigenschappen niet hebben, maar waarom laten ze ons niet gewoon opera zingen en de popsterren doen waar zij goed in zijn: popmuziek zingen? Ieder in zijn waarde. En als je zo nodig wil ‘cross-overen’ (vreselijk woord): haal elkaar in elkaars concerten, maar met het eigen genre.
Prachtig concert met De Dijk en Ernst Daniel Smid, of Bløf met Cecilia Bartoli, om maar eens twee volstrekt willekeurige dwarsstraten te noemen. Of haal er ballet bij, poppenspelers (dat ga ik doen met de voorstelling Carmen over Carmen, gauw effe reclame maken), mime-kunstenaars, buiksprekers, wat kan mij het schelen, maar ga niet je stem naar de gallemiesen schreeuwen om slechts ergernis te oogsten, waar je binnen je eigen genre zo (terecht) wel waardering oogst.
Stemwijzer
Of ik ken mezelf niet, of de Stemwijzer is in de war. Ik heb het internettestje voor mijn eigen stad Den Bosch twee keer gedaan (één keer met en één keer zonder aanvinken van onderwerpen die voor mij het belangrijkst zijn). En twee keer eindigde een partij als hoogste waarop ik niet van plan was te gaan stemmen. Namelijk het CDA. Ik zeg het maar eerlijk.
Maar dat is eigenlijk niet datgene waar ik mij het meest over verbaas. Het CDA eindige op mijn lijst bovenaan, maar pal daaronder stond de SP. Geloof me, ik zag geen verschil tussen beide balkjes. CDA en SP eindigden ex aequo.
En dat is gek, want die twee partijen hebben elkaar de afgelopen vier jaar te vuur en te zwaard bestreden.
Tijdens de coalitie-onderhandelingen werd de SP de vierde partij in de stad, achter PvdA, CDA en VVD. Het lag voor de hand dat de SP mee zou gaan regeren, maar uiteindelijk werd de partij gedumpt ten gunste van GroenLinks. De SP werd de grootste oppositiepartij en heeft zich goed van die taak gekweten. Niet dat het veel zoden aan de dijk heeft gezet maar dat komt omdat de coalitie de rijen al die jaren gesloten hield.
En nu blijkt dus dat de uitkomst van mijn Stemwijzer aansluit bij het CDA en de SP. Moet ik daar uit concluderen dat er bijna geen verschil is tussen beide partijen en dat na de verkiezingen CDA en SP toch samen in Den Bosch kunnen regeren?
Politiek? Schiet mij maar lek . . .
Spoorbrug
(gastcolumn door Ab Klaassens)
Jan vertelde woensdag hoe moeilijk het is goede informatie te krijgen als er iets gebeurt met een spoorbrug, bijvoorbeeld als een schipper zijn vaartuig niet goed in de hand heeft gehouden.
De spoorwegen zijn erbij betrokken – maar wie van de spoorwegen? – en ook rijkswaterstaat, beide altijd bereid tot een positief verhaal, maar gesloten als een oester wanneer er iets is mis gegaan.
Het verhaal wierp mij terug op een gebeurtenis van een halve eeuw geleden – jawel, opa vertelt. Ik werkte tijdelijk, als vervanger van een zieke collega, op de redactie Zaandam van Het Vrije Volk. Ik kreeg de tip dat de Hembrug, de toenmalige spoorbrug over het Noordzeekanaal, was aangevaren door een groot schip waardoor de brug zo was beschadigd dat er geen treinverkeer meer mogelijk was.
Bekend was dat de spoorbrug moest worden geopend bij nadering van een oceaanstomer, als de dienstregeling van de N.S. dat toeliet. Verantwoordelijk voor de melding was Rijkswaterstaat. Verantwoordelijk voor het tijdig openen van de brug was de N.S., in de praktijk de stationschef van Zaandam.
Vijftig jaar geleden hadden Rijkswaterstaat en de Nederlandse Spoorwegen niet één voorlichter ( en nu te veel). En alle ambtenaren hadden de instructie om nooit met de pers te praten.
Ik heb toen de stationschef van Zaandam gebeld met de mededeling dat Rijkswaterstaat mij had verteld dat hij de spoorbrug ten onrechte niet had geopend, zodat het zijn schuld was dat de brug was beschadigd. Een leugen.
De man reageerde als door een wesp gestoken en vertelde mij tot in detail wat er volgens hem gebeurd was. Ik had dus m’n verhaal, maar – helaas – zonder commentaar van Rijkswaterstaat.
Grapje
Een melding: er is een boot tegen de spoorbrug in Den Bosch gevaren. Het treinverkeer zal uren stil liggen.
Ik ken de situatie, het is vlak bij waar ik woon.
De NS gebeld. Dat was natuurlijk fout want daarvoor moet je bij Prorail zijn. Maar ik kan ze niet uit elkaar houden, dus ik begin altijd maar ergens.
De woordvoerster had een dagje vrij, maar de telefoniste was de beroerdste niet. Ze wilde weten wat ik wilde weten zodat ze me kon doorgeleiden in de wondere wereld van geprivatiseerde vervoerders.
Ik confronteerde haar met het probleem. Het probleem dat het treinverkeer (haar treinverkeer) was gestremd omdat er een boot tegen de brug was gevaren.
En toen gaf die mevrouw het antwoord dat alleen iemand van de NS kan geven: “tja, als het ijs gesmolten is en die boten weer gaan varen dan krijg je dat.”
Ik denk dat die mevrouw een grapje maakte, maar ik steek daar mijn hand niet voor in de gaskacheltjes waarmee de wissels worden ontdooid . . .
Licht
De meest intrigerende man die ik niet ken, is mijn overbuurman. Ik ken hem niet omdat wij nog nooit met elkaar hebben gesproken. We komen elkaar ook bijna nooit tegen op straat. De enkele keer dat wij binnen gehoorafstand waren hebben we elkaar gegroet. Misschien drie keer in acht jaar.
Mijn overbuurman woont in een bovenhuis. Vanaf onze bovenverdieping, waar onze woonkeuken en werkkamer zijn en waar zich een groot deel van ons leven afspeelt, kan ik bij hem naar binnen kijken.
Dat doe ik niet bewust, dat gaat vanzelf. In zijn kamer schijnt namelijk altijd het prachtigste licht. Mooie aantrekkelijke kleuren. Om de zoveel maanden schijnen er andere kleuren licht. Misschien werkt mijn overbuurman bij een lichtfabriek en test hij thuis de kleuren.
Een paar keer heb ik – ik kon er niet omheen – ontzettend fel wit knipperlicht in zijn huis gezien. ’t Leek wel bliksem.
Mijn overbuurman zit altijd op dezelfde plaats in zijn woonkamer. Hij zit daar ook altijd. Op welk moment van de avond ik ook door dat prachtige licht aan de overkant wordt aangetrokken, hij zit er.
Hij is altijd alleen. Ik heb nog nooit iemand anders in het huis gezien. Ook op kerstavond en op oudejaarsavond zat hij daar alleen. Ik heb ook nog nooit gezien dat er ’s avonds geen licht brandde en hij er niet was.
Mijn overbuurman rookt want soms zie ik een sigaret gloeien.
Ik schat mijn overbuurman tussen de 30 en de 40 jaar. Het is een doodnormale man om te zien.
Ik hoor u al denken: bel eens aan, maar dat doe ik niet. Ik ben niet nieuwsgierig naar zijn leven. Ik ben alleen maar geïntrigeerd door hetzelfde beeld dat ik al jaren zie.
Watjes
Wij woonden in een eenvoudige straat in een stadje aan de rivier. In de straat woonden voornamelijk arbeiders, een enkele ambtenaar en een paar uiterst gezellige families die uit een achterbuurt naar onze nieuwbouwstraat waren verbannen.
Er was bijna nooit iets aan de hand in die straat. Alle vaders gingen ’s morgens naar de fabriek of naar kantoor. Alle moeders waren thuis en gebruikten de spaarzame uurtjes tussen het wasbord en de weckketel om de sociale banden aan te halen. Plooitjes in de onderlinge verhoudingen werden snel gladgestreken. Iedereen kon met elkaar door één poortdeur. Dat moest ook wel, want er was maar één deur.
Iedereen was socialist, want er woonden geen kerksen in de straat en al helemaal geen mensen die op het groot-kapitaal van de VVD stemden. En veel meer smaken had je toen nog niet. Drees had voor een AOW’tje gezorgd en de dankbaarheid daarvoor betaalde zich in onze straat tijdens de verkiezingen uit.
Het was ook de tijd dat mensen nog hun stoepje veegden als het had gesneeuwd. Er was zelfs sprake van enige competitie wie als eerste met de bezem in de weer was. Of met een sneeuwschuiver. Niet zo’n modern rood ding van ijzer, nee onze vaders maakten ze zelf van latten en planken.
Die tijd is niet meer. Als het nu een beetje sneeuwt en vriest worden de handen niet meer uit de mouwen gestoken maar dik ingepakt in dure fleece-handschoenen waar de wind aerodynamisch langs suist. Stoepjes zijn tegenwoordig levensgevaarlijke roetsjbanen.
Dus is het niet zo verwonderlijk dat de PvdA (socialisten) heeft gevraagd de verkiezingen uit te stellen. Het is namelijk voor de vrijwilligers geen doen met dit weer campagne te voeren en langs de deuren te gaan.
Hoon alom in de Tweede Kamer. Watjes zijn het. Onze vaders en moeders, voor zover nog in leven, zullen het hoofd meewarig schudden. En zij die vroeger op de socialisten stemden en nu het beloofde aardse paradijs hebben verruild voor het hemelse, zullen zich omdraaien in hun graven.
Ach, in de buurt van onze ouders hoeft niet eens meer campagne gevoerd te worden. Daar wonen nu nog weinig mensen die gaan stemmen. En zij die nog wel de gang naar het bureau trotseren hebben al jaren geleden een andere onomkeerbare keuze gemaakt. Boos als ze zijn dat de socialisten er niet in geslaagd zijn de samenhang in hun buurt te bewaren zodat er nog stoepjes worden geveegd.